Emissietest
voor vluchtige organische stoffen in textiele vloerbedekkingen.
Door verbeterde gebouwisolatie vindt er tegenwoordig minder uitwisseling plaats tussen gebruikte binnenlucht en verse buitenlucht. Dit zou ertoe leiden dat de verontreinigingsbelasting van de binnenlucht stijgt als emissies niet vanaf het begin worden beperkt. Het testen van emissies in textiele vloerbedekkingen maakt deel uit van de uitgebreide producttest van de Gemeinschaft umweltfreundlicher Teppichboden. Lees hier de details over dit onderwerp.
Textiele vloerbedekkingen moeten emissiearm zijn
De lucht in binnenruimten kan worden belast door een complexe mix van vezels, deeltjes, radon (uit natuurlijke bronnen), microbiologische stoffen, allergenen, tabaksrook en andere verbrandingsproducten. Daarnaast komen in de binnenlucht formaldehyde en VOC’s voor, zoals bijvoorbeeld aceton, benzeen, tolueen, cyclohexaan, n-hexaan en andere oplosmiddelen, die kunnen worden uitgestoten door bouwmaterialen, zoals bijv. verven, lijmen of meubels, evenals design- of modeartikelen. De gebruiker zelf (incl. zijn activiteiten) is een andere, niet te verwaarlozen bron van emissies. Het gebruik van reinigings- en verzorgingsmiddelen (haarspray, lichaams- of ruimtedeo’s), maar ook alledaagse activiteiten zoals koken dragen bij aan de belasting van de binnenlucht.
Als gevolg van verbeterde gebouwisolatie is de uitwisseling tussen gebruikte binnenlucht en verse buitenlucht tegenwoordig aanzienlijk afgenomen. Daardoor kan ook de concentratie van schadelijke stoffen in binnenruimten onbedoeld stijgen. Daarom wordt het steeds belangrijker om uitsluitend emissiegecontroleerde bouwmaterialen te gebruiken die van meet af aan lage emissies hebben. Hiermee kan aanzienlijk worden bijgedragen aan een gezonde woonomgeving.
Vloerbedekkingen, vooral wanneer deze net zijn gelegd, zijn hierbij van bijzonder belang, omdat zij doorgaans het grootste afzonderlijke oppervlak van een ruimte innemen.
Niet alleen de vloerbedekking zelf, maar ook de bij het leggen gebruikte legmaterialen (lijmen, fixaties en egaliseermassa’s) moeten daarom in principe “zeer emissiearm” zijn.
GUT-geteste tapijten zijn emissiearm
GUT-grenswaarden voor VOC-emissies
VOC-grenswaarden na 3 en 28 dagen
Hoe wordt het emissiegedrag van bouwproducten getest?
De proefkamermethode
Een al jarenlang toegepaste en inmiddels gestandaardiseerde methode voor het bepalen van emissies uit bouwproducten is de proefkamermethode. Details over de werkwijze zijn te vinden in de norm EN 16516. Deze norm is gebaseerd op een reeks voorlopernormen, zoals de ISO 16000-reeks.
De beoordeling van VOC-emissies vindt binnen de GUT-producttest plaats op basis van het AgBB-schema, dat is opgesteld door de Commissie voor de Gezondheidskundige Beoordeling van Bouwstoffen en op zijn beurt gebaseerd is op het Europees onderzoeksrapport van de werkgroep “Indoor Air Quality and its Impact on Man – Evaluation of VOC Emissions from Building Products, Solid Flooring Materials”. Voor de beoordeling van VOC-emissies worden in het GUT-systeem geharmoniseerde Europese LCI-waarden (laagste relevante concentratie van afzonderlijke stoffen) gehanteerd. Als dergelijke waarden ontbreken, worden, indien beschikbaar, de overeenkomstige NIK-waarden van het AgBB gebruikt. De LCI-waarden zijn opgesteld op basis van zorgvuldige risicobeoordeling en met inachtneming van de bijzondere eisen voor ouderen, zieken en jonge kinderen.
Details over dit concept kunt u nalezen op de betreffende websites van het Umweltbundesamt.
Roestvrijstalen kamer voor het bepalen van VOC-emissies